Uit de inleiding:

Wie muziektheater maakt zou zich moeten bezighouden met een van de grootste vraagstukken van deze tijd: integratie. Tekst en muziek worden samengevoegd in het theater. Deze zeer verschillende disciplines moeten ruimte delen. Niet alleen de praktische toneelruimte maar ook de abstracte: de ruimte in het hoofd van de toeschouwer.

Doordat de tekst geen dragende maar een dienende rol op zich neemt is het muziektheater stukken onaantrekkelijker dan het zou kunnen zijn. De woorden zitten klem tussen de noten en het is nu aan de schrijver om ze te bevrijden. Daar gaat dit essay over.  Hoe een opzettelijke disbalans ingezet kan worden om balans te creëren. Daarvoor moeten de schrijvers de initiators worden van de nieuwe muziektheatervoorstelling.

In dit essay wordt onderzocht op welke manieren tekst ruimte kan creëren voor muziek, in hoeverre je tekst als muziek kan behandelen, of de werkwijze ‘op muziek schrijven’ ook een goede muziektheatertekst oplevert, welke functie herhaling zou moeten hebben in een tekst en of je een dialoog ook als een orkestrering kan benaderen.

In de snelgroeiende ontwikkeling van het genre muziektheater blijft de tekst achter. En bij een opera blijft de kwaliteit van het libretto op geheel eigen wijze mijlenver achter op de kwaliteit van de muziek. In dit essay wordt onderzocht waarom dat zo is en hoe opera en muziektheater in dat opzicht van elkaar kunnen leren.

‘De opzettelijke disbalans, schrijven voor muziektheater’ werd gepubliceerd in het boek ‘De kern is overal, schrijven voor de theaterpraktijk van nu’ van Jannemieke Caspers en Nirav Christophe en is te koop bij o.a. International Theatre and Film Books.

  • verschijningsdatum: 8 februari 2011.
  • in opdracht van: Het Lectoraat Theatrale Maakprocessen en de uitgeverij International Theatre and Film Books, Amsterdam.
  • eindredactie: Jannemieke Caspers, Nirav Christophe
  • isbn: 9789064037672
  • te koop bij: http://www.itfb.nl/i-1408100558/over.theater